Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuël, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israël het goede gesproken.
Řekl pak Mojžíš Chobabovi, synu Raguelovu Madianskému, tchánu svému: My se béřeme k místu, o kterémž řekl Hospodin: Dám je vám. Protož poď s námi, a dobře učiníme tobě; nebo Hospodin mnoho dobrého zaslíbil Izraelovi.