for jeg, Herren, taler det ord jeg taler, og det skal skje, det skal ikke lenger utsettes; for i eders dager, du gjenstridige ætt, taler jeg et ord og setter det i verk, sier Herren, Israels Gud.
Want Ik ben de HEERE, Ik zal spreken; het woord, dat Ik zal spreken, zal gedaan worden, de tijd zal niet meer uitgesteld worden; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik een woord spreken, en hetzelve doen, spreekt de Heere HEERE.