Koçun batıya, kuzeye, güneye doğru boynuz attığını gördüm. Hiçbir hayvan ona karşı koyamıyor, kimse onun elinden kurtaramıyordu. Koç dilediği gibi davrandı ve gitgide güçlendi.
Ik zag, dat de ram met de hoornen tegen het westen stiet, en tegen het noorden, en tegen het zuiden, en geen dieren konden voor zijn aangezicht bestaan, en er was niemand, die uit zijn hand verloste; maar hij deed naar zijn welgevallen, en hij maakte zich groot.