Neka ga onda donese Aronovim sinovima, svećenicima. Zatim neka zagrabi šaku od toga brašna i ulja i sav tamjan, pa neka svećenik na žrtveniku to sažeže u kad za spomen-žrtvu. To je žrtva paljena Jahvi na ugodan miris.
En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters, een van welke daarvan zijn hand vol grijpen zal uit deszelfs meelbloem, en uit deszelfs olie, met al deszelfs wierook; en de priester zal deszelfs gedenkoffer aansteken op het altaar; het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.