Hebrews 2

Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.
Zato treba da mi svesrdnije prianjamo uz ono što čusmo da ne bismo promašili.
Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;
Jer ako je riječ po anđelima izrečena bila čvrsta te je svaki prijestup i neposluh primio pravednu plaću,
Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door den Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;
kako li ćemo mi umaći ako zanemarimo toliko spasenje? Spasenje koje je počeo propovijedati Gospodin, koje su nam potvrdili slušatelji,
God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.
a suposvjedočio Bog znamenjima i čudesima, najrazličitijim silnim djelima i darivanjima Duha Svetoga po svojoj volji.
Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.
Nije doista anđelima podložio budući svijet o kojem govorimo.
Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!
Netko negdje posvjedoči: Što je čovjek da ga se spominješ, sin čovječji te ga pohađaš.
Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;
Ti ga tek za malo učini manjim od anđela, slavom i časti njega ovjenča,
Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;
njemu pod noge sve podloži. Kad mu, doista, sve podloži, ništa ne ostavi što mu ne bi bilo podloženo. Sad još ne vidimo da mu je sve podloženo,
Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.
ali Njega, za malo manjeg od anđela, Isusa, vidimo zbog pretrpljene smrti slavom i časti ovjenčana da milošću Božjom bude svakome na korist što je on smrt okusio.
Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.
Dolikovalo je doista da Onaj radi kojega je sve i po kojemu je sve - kako bi mnoge sinove priveo k slavi - po patnjama do savršenstva dovede Početnika njihova spasenja.
Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
Ta i Posvetitelj i posvećeni - svi su od jednoga! Zato se on i ne stidi zvati ih braćom,
Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.
kad veli: Braći ću svojoj naviještat ime tvoje, hvalit ću te usred zbora.
En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.
I još: Ja ću se u njega uzdati, i još: Evo, ja i djeca koju mi Bog dade.
Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;
Pa budući da djeca imaju zajedničku krv i meso, i sam on tako postade u tome sudionikom da smrću obeskrijepi onoga koji imaše moć smrti, to jest đavla,
En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.
pa oslobodi one koji - od straha pred smrću - kroza sav život bijahu podložni ropstvu.
Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan.
Ta ne zauzima se dašto za anđele, nego se zauzima za potomstvo Abrahamovo.
Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.
Stoga je trebalo da u svemu postane braći sličan, da milosrdan bude i ovjerovljen Veliki svećenik u odnosu prema Bogu kako bi okajavao grijehe naroda.
Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.
Doista, u čemu je iskušan trpio, može iskušavanima pomoći.